De Vlaamse regering schafte in het kader van het decreet basisbereikbaarheid begin 2024 3.200 bushaltes af, waaronder 500 in Limburg. “Er rijden te veel bussen leeg rond”, klonk het. Veel Limburgse dorpen en gehuchten verloren hun bushalte en kregen ‘flexhaltes’ in de plaats. Uit de evaluatie van 'basisbereikbaarheid’ blijkt nu dat het schrappen van de haltes een foute keuze was. “Er werden meer dan 500 haltes geschrapt in Limburg. Het resultaat? De bussen zitten hier bijna 20 procent minder vol en rijden minder stipt. Dat is een dikke buis voor de Vlaamse regering”, zegt Vlaams Volksvertegenwoordiger Gaby Colebunders (PVDA).
De evaluatie van het decreet ‘basisbereikbaarheid’ is hard voor de regering: "Er staat letterlijk in dat het basisnetwerk 'ingeperkt werd omwille van besparingen, operationele problemen en beperkte middelen bij De Lijn en dat het 'hersteld moet worden'. Maar wat doet deze regering? In plaats van te herstellen, bespaart ze dit jaar nóg eens 35 miljoen euro op De Lijn. Exact het omgekeerde dus”, zegt Gaby Colebunders.
De gemiddelde bezetting van bussen en trams is in Vlaanderen gewoon stabiel gebleven, niet toegenomen. "Men schrapt meer dan 3.000 haltes, in Limburg meer dan 500 of één op de vier haltes, met als argument dat bussen voller moeten zitten, en dan blijkt dat in bepaalde regio's de bezetting zelfs gedaald is. In Limburg daalt de bezettingsgraad met maar liefst 19,2% (zie p13 van de evaluatie)", zegt Gaby Colebunders.
De Vlaamse regering organiseert zelf vervoersarmoede. Voor heel wat mensen is de bus geen optie meer. “Wij kregen het afgelopen jaar tientallen getuigenissen binnen. Van scholieren die een uur langer op de bus zitten, werknemers die ‘s ochtends niet meer op hun werk geraken, een poetshulp die niet meer op tijd van de ene naar de andere klant geraakt, oudere mensen die een kilometer moeten wandelen naar hun halte, flexbussen die niet te bestellen zijn of de meeste tijd leeg rondrijden, reizigers die vaker moeten overstappen etc. Daaronder zitten opvallend veel getuigenissen uit meer afgelegen gemeenten in Zuid-, Noord-, en Oost-Limburg”, legt Colebunders uit.
“De Lijn wordt al jarenlang kapot bespaard. De gevolgen zijn duidelijk: verouderde bussen, geschrapte ritten en een tekort aan personeel. Nu komt daar ook een lagere bezetting en mindere stiptheid bij. De Lijn is in crisis door de permanente tekorten. En de Vlaamse regering? Die gaat gewoon door met besparen. Willen we echt een shift naar duurzaam vervoer, dan moet er veel méér geïnvesteerd worden in De Lijn. Wij vragen dat het vervoersplan wordt teruggedraaid en vragen weer meer lijnen en haltes, ook in de meer afgelegen gebieden”, besluit Gaby Colebunders.