Gehandicaptenzorg is geen supermarkt

Het eerste collectief ontslag na de hervorming van Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) in de gehandicaptenzorg is een feit. De vzw ADO Icarus dankt 51 mensen af. Op een totaal van 271 werknemers. Dat is bijna één op vijf werknemers. Op een ogenblik dat er 14.000 mensen met een beperking op een wachtlijst staan, omdat er een nijpend tekort is aan opvangplaatsen.

Het collectief ontslag bij ADO Icarus is een rechtstreeks gevolg van de persoonsvolgende financiering van Vandeurzen. Dat zegt de directie van Icarus. Het systeem van de persoonsvolgende financiering werd ingevoerd vanaf 1 januari 2017. In dit systeem krijgen zorgorganisaties geen geld meer van de overheid. Het geld gaat rechtstreeks naar de mensen met een beperking. Zij krijgen een zogenaamd ‘rugzakje’ waarmee ze zorg moeten kopen op de markt.

Dit is geen besparing, zegt Vandeurzen in de pers vandaag: “Het bedrag aan subsidies dat vorig jaar naar ADO Icarus ging, is sinds 1 januari 2017 exact verdeeld over de gebruikers van die voorziening.”

“Maar daar knelt nu net het schoentje”, antwoordt Michelle Heijens, werknemer in de gehandicaptenzorg en medewerker op de studiedienst van PVDA. “Met hun rugzakje zullen de gehandicapten voortaan al hun zorg moeten financieren. Niet alleen de zorg in hun instelling, maar ook de gezinshulp om te gaan winkelen of de ondersteuning die ze krijgen bij een uitstap.”

Bovendien hebben niet alle mensen met een beperking hun zorgbudget al ontvangen. Zij die wel al een budget hebben ontvangen, weten niet hoeveel elke zorg juist kost. De zorginstellingen moeten dus met elke zorgvrager gaan samen zitten om een individuele overeenkomst te sluiten over de zorg die zij willen en over het deel van hun rugzakje dat ze daarvoor willen afgeven. Daar zal het personeelsbudget nog van afhangen. “Chaos en onzekerheid troef zowel bij personeel als zorgvrager”, aldus Heijens. “De gehandicaptenzorg is een complexe aangelegenheid. Je kan niet verwachten dat de zorgvragers gaan shoppen zoals in een supermarkt.”

Minister Vandeurzen zegt vandaag dat deze hervorming niets te maken heeft met besparingen. Een tijdje terug zei hij nog het tegenovergestelde. In het blad Sterk erkende Vandeurzen dat het hier wel degelijk gaat om een besparingsoperatie: "Wij doen nu al veel meer met minder middelen dan jaren geleden. Een vraaggestuurd beleid (er is vraag naar opvang, wij organiseren die) biedt geen perspectief. Dat zou totaal onbetaalbaar worden."

Vandeurzen spreekt over zorg op maat. Maar hoe gaat hij het probleem van opvangplaatsen en kwaliteit aanpakken? Mensen met een beperking moeten nu de markt afschuimen om zorg te zoeken. Wachtlijsten? Die zijn niet langer een probleem van de overheid. Mensen moeten hun plan trekken met hun rugzakje. Helaas zal dat het gebrek aan opvangplaatsen niet oplossen. De minister wentelt de verantwoordelijkheid van de overheid af op de mensen met een beperking. Hij noemt dat ‘het probleem vermaatschappelijken’. In werkelijkheid is het de zorg overdragen aan de markt. Het juiste motto van deze hervorming is niet 'zorg op maat' maar wel 'red uzelf'. Voor het personeel betekent het meer onzekerheid. Welke zorginstelling gaat nog mensen vast in dienst nemen, wanneer elk jaar opnieuw individuele overeenkomsten moeten gesloten worden met zorgvragers? Grotere flexibiliteit en meer personeelsverloop. Het zal de kwaliteit van de zorg alvast niet ten goede komen.