Onderwijs en armoede

Georges Houtmeyers

Achtergrond

Onze maatschappij evolueert razendsnel met veel keuzemogelijkheden maar ook met hoge verwachtingen. Verwachtingen die sommigen onder ons niet kunnen inlossen. Ook binnen het onderwijs is dit zo.

Het voorbeeld van een jonge alleenstaande moeder met twee kinderen :

“Als de maand voorbij is haal ik even opgelucht adem, om ’s avonds, na bedtijd van de kinderen, opnieuw aan tafel te zitten om de centjes voor de komende maand te verdelen. Maar dan… de volgende dag komt mijn zoontje thuis met een tombolakaartje van de school. Ik weet dat dit betekent dat morgen of overmorgen ook mijn dochtertje (die een jaar lager zit op dezelfde school) met zo een tombolakaartje naar huis zal komen. 2,50 € per kaartje. Het is zo al moeilijk, maar ik kan toch niet mijn kind als enige van de klas naar school sturen zonder het geld voor een tombolakaartje… daar gaat mijn 5,00 €. De volgende maand komen mijn kinderen af met een schoolkalender. Weer 10 €. Voor mijn gezin is 15,00 € of 20,00 € veel geld. Waarom komen ze af met een kalenderverkoop tijdens de feestdagen. Ik heb al 5 maanden gespaard om gewoon een gourmet-schotel op tafel te kunnen zetten met Kerst en elk kind één cadeautje te geven en nu weer die stomme kalender. En waarom is die kalenderverkoop? Als sponsoring voor de sneeuwklassen. Sneeuwklassen? Ik heb het al moeilijk om 10,00 € af te staan voor die kalender. Hoe moet ik ooit aan het geld geraken voor sneeuwklassen? En warme kledij extra gaan kopen? En misschien nog wat zakgeld?”

Deze situatie kan twee kanten uitgaan. Ofwel zal deze moeder zichzelf in de vingers snijden door misschien zelfs schulden te maken, omdat ze haar kinderen deze sneeuwklassen gunt… Ofwel kunnen de kinderen niet mee, missen ze deze groepservaring en worden ze indirect een positie naar achter geschoven in de groep. Kinderen onderling zijn soms hierin meedogenloos… “Jij kan niet skiën. Dit spelletje hebben we geleerd in Oostenrijk…jij was er niet, dus je weet niet hoe dat gaat en kan niet meedoen. Mijn mama heeft veel centjes en die van jou niet…”

Ik weet dat leerkrachten erop toezien dat dit niet gebeurt, maar leerkrachten staan niet elke minuut aan de zijde van deze kinderen. Leerkrachten staan er niet naast als deze kinderen elkaar op het speelpleintje ontmoeten, of in de hobbyclub…

Dure schoolreizen, dure bos- of sneeuwklassen, daar liggen sommige ouders echt van wakker. We mogen trouwens niet vergeten “dat 18 % van de Genkse bevolking onder de armoede-grens leeft, dat zijn 12.000 gezinnen”, aldus gemeenteraadslid Vandebrouck, in een interview in HBVL vorig jaar toen de Sint-Vincentiusvereniging 25 jaar bestond. Eén van hun medewerkers Roger Ghysens die zich het lot van de Genkse kinderen aantrekt, bevestigde dat vorig jaar 1.053 jongeren onder de 18 werden geholpen, jonge kinderen wiens ouders geen geld genoeg hebben om leesboeken te kopen.

Voorstellen en vragen:

  • Zou het een goed idee zijn dat de Stad zowel in samenspraak met Het Huis van het Kind als met de Genkse scholen zelf, ervoor zorgt dat niemand uitgesloten wordt bij zulke initiatieven? Want welke vorm van uitsluiting ook, dat draag je heel je leven mee !
  • Zij er soms Genkse scholen die op dit vlak reeds positieve ervaringen hebben?