|
|
Een notaboekje met grijze kaft en rode omranding van de bladzijden uit 1969. Ik bezit het nog steeds. Daarin staan mijn eerste aantekeningen bij de lessen die ik volgde op de eerste verdieping van het huis van de Sociale Raad in Leuven. Ludo was daar de leraar. Maar geen gewone leraar. En het waren geen lessen die ik op de universiteit volgde als student geneeskunde. Ludo, zelf nog een jonge student, gaf les in politiek, economie en filosofie, de materialistische drievuldigheid van het marxisme. Als arbeiderszoon was dat voor mij een openbaring die aansloot bij het leven dat ik kende. Mijn jeugdig naďef idealisme viel van zijn wolk en landde op de aarde van de boeren en in de fabrieken van de arbeiders, de wereld waar ik was opgegroeid.
Ik citeer uit mijn notaboekje van 1969, de woorden van Ludo:
“De Vlaamse studenten hebben voor het eerst in de geschiedenis geweigerd zich verder voor de kar van de Vlaams-nationalisten te laten spannen. Als studenten hebben we het laatste jaar met de Studenten Vakbeweging gevochten voor een democratische universiteit. We hebben kleine overwinningen geboekt. Dat geeft vele studenten het gevoel dat ze de enige en meest revolutionaire groep in de verstarde Vlaamse maatschappij zijn. Maar hoeveel van ons zullen hun inzet volhouden als ze morgen dokter, advocaat of ingenieur zijn? De recente golven van stakingen in de fabrieken en de mijnen en het verzet van de boeren tonen ons wie de echte krachten in de maatschappij zijn. Als zij staken, is er geen eten op de plank, worden er geen auto’s geproduceerd of geen wegen en huizen gebouwd. Wij moeten hun strijd met de onze verbinden. Wij moeten naar hen luisteren en van hen leren. Zonder enquęte geen recht van spreken! Maar er is een tweede voorwaarde om te slagen. We moeten onze praktijk verbinden met de grondige studie van het wetenschappelijke socialisme, gebundeld in de ervaringen van het marxisme-leninisme.”
Die boodschap deed mij besluiten mijn leven als dokter in dienst te stellen van de zinkarbeiders en mijnwerkers in Lommel.
Ludo was een leraar, maar ook een marxist. De marxistische filosofie kiest kant voor de uitgebuite klassen en onderdrukte volken. Ludo heeft dit heel zijn leven consequent gedaan. Als student nam hij de trein naar Turijn om te leren van stakingen in de Fiatfabrieken. Als voorzitter van de PVDA redde hij meermaals de partij van de verdrinkingsdood van rechts en links opportunisme. Als internationalist gaf hij zijn leven en gezondheid aan de uitbouw van de revolutie in Kongo aan de zijde van president Kabila. Marxisten kennen geen hemel en dus geen heiligen, maar Ludo leeft verder op deze aarde, in onze partij en in de plaveien van de weg naar een socialistische maatschappij.
Zonder Ludo was ik als dokter, als schrijver, als intellectueel niet de man geweest, die ik nu ben en had ik niet het leven geleefd met die inzet. Bedankt, Ludo. En daarom vraag ik ook onze patiënten om mee het rouwregister voor Ludo te ondertekenen als eerbetoon aan een man uit een stuk.