Verkoop begijnhof in strijd met vroegere beloftes van de provincie

Het provinciebestuur wil de begijnhofhuisjes in Hasselt verkopen via openbare bieding. Volgens Kim De Witte van PVDA Hasselt is dat in strijd met de beloftes die de provincie deed aan de Broeders van Liefde toen zij de huisjes verwierf.

Dertien huisjes met voortuin, een monumentaal poortgebouw, een bijgebouw en een bouwterrein van zestig meter breed. Dat deel van het begijnhof wil het provinciebestuur verkopen via bieding. Gedeputeerde Igor Philtjens hoopt daarbij kleppers aan te trekken: “Het kan gaan van horeca, hotel, tot kunstgalerijen. Ik sluit niets op voorhand uit. Aan het stuk blinde muur met de Badderijstraat kan eventueel bijgebouwd worden, tot aan het poortgebouw.” [1]

In het totaal gaat het over ongeveer 25 are, die in één geheel te koop worden gesteld. Bieden kan tot 27 januari 2017. Op de vraag of er voor de nieuwe bestemming ook waarborgen zijn voor de nu heersende rust, kon Philtjens geen eenduidig antwoord geven [2]. Wel is duidelijk dat er nieuwe doorgangen kunnen worden gemaakt, waardoor de site een meer open karakter krijgt.

Protest

Tegen de verkoop bestaat heel wat protest. De Hasselaren vrezen dat het laatste stukje groen en rust uit de binnenstad zal verdwijnen. Claire uit de Katarinawijk: “Het begijnhof verkopen is als een troef die je zomaar weggeeft. Ik hou van Hasselt en zijn oude gebouwen. Ik heb er al veel zien verdwijnen, allemaal voor de bouw van appartementen.”

Rik, een kunstenaar aan het werk in het begijnhof: “De huisjes blijven nog open tot eind dit jaar. Dan gaan ze dicht. Doodjammer. Hasselt heeft zo al weinig parels. Nu geven ze die nog weg. Ik denk dat de huisjes later duur zullen verkocht worden aan mensen die het kunnen betalen. De kunst gaat verloren.”

De PVDA en studenten architectuur haalden samen al meer dan 4.000 handtekeningen op tegen de verkoop. Zij vragen dat het provinciebestuur terugkomt op haar beslissing. De Vlaamse overheid kan de cultuurprojecten overnemen. Naast cultuur kunnen de huisjes ook onderdak bieden aan andere  projecten, in samenwerking met de stad Hasselt, zoals repaircafés en initiatieven als het Geefpleintje. In ieder geval moeten de huisjes voor iedereen toegankelijk blijven, luidt de eis.

Onwettig

Nu blijkt ook dat de verkoop in strijd is met de beloftes die de provincie deed aan de Broeders van Liefde, toen de provincie de huisjes verwierf op 15 april 1938. In de verkoopakte verklaren de Broeders van Liefde te verkopen uit hoofde van openbaar nut. Op dat moment was er sprake van de oprichting van een provinciaal museum. De provincie bevestigde te kopen uit hoofde van openbaar nut.

Er werd tussen de partijen ook uitdrukkelijk overeengekomen dat het provinciebestuur de begijnhofhuisjes en de open grond in ere zal houden. Onder die uitdrukkelijke voorwaarde vond de verkoop plaats.

In het voorakkoord aan de verkoop deed de provinciegouverneur tot slot de belofte dat de site een zo gesloten mogelijk karakter behoudt. De filosofie van die belofte stemt overeen met in ere houden van de site.

De Broeders van Liefde, die de begijnhofhuisjes in 1938 aan de provincie overdroegen, zijn ondertussen allemaal overleden. Maar dat doet niets af aan de juridische waarde van de verkoopakte. De gemaakte beloftes dienen verder te worden gerespecteerd. Dat betekent dat nieuwe bestemmingen die geen enkel openbaar nut hebben of de belofte van het in ere houden van de site schenden, onwettig zijn.
 
[1] J. Bex, Provincie wil Hasseltse begijnhofhuisjes verkopen, HBVL 16 september 2016.
[2] Ibidem.