Meer behoeften, minder steun

De ondersteuning voor leerlingen met een beperking, stoornis of handicap werd vanaf begin dit schooljaar grondig aangepast. Een hervorming die hals over kop werd ingevoerd en chaos zou veroorzaken, zo werd op voorhand gewaarschuwd. De voorspellingen kwamen helaas uit, ten koste van leerlingen, ouders en het personeel.

Verwarring alom

Grote verwarring bij de leerkrachten die vorige schooljaren instonden voor de begeleiding van leerlingen met een beperking. Hun opdracht stopte tijdens het zomerverlof. Zij moeten terug solliciteren om in het ondersteuningsteam te werken. Wie niet geselecteerd wordt, valt uit boot. Daarbij zijn nog heel wat zaken niet geregeld. Zo ondersteunen zij vaak verschillende scholen die ver uit elkaar kunnen liggen, maar over de kilometervergoeding bestaat nog geen duidelijkheid…

Maar ook bij leerlingen en ouders heerst veel verwarring. Leerlingen met autisme kunnen bijvoorbeeld niet meer meteen rekenen op persoonlijke ondersteuning, zoals dat voordien wel was. De leerling zat regelmatig met een begeleider samen om mogelijke struikelblokken op te lossen. Nu wil de minister van onderwijs de leerkracht ondersteunen zodat elke leerling mee kan in de les zelf. Persoonlijke begeleiding zou daardoor niet meer nodig zijn. Het is maar in een veel latere fase, als men ziet dat dit niet werkt, dat men vanuit het ondersteuningsteam de leerling persoonlijk gaat begeleiden. 

De vraag blijft de volgende: Kan je nu als leerkracht, terwijl je alleen instaat voor een hele klasgroep, voldoende tegemoet komen aan de bijzondere begeleidingsnoden van kinderen met autisme? Neem nu het voorbeeld van de fijne motoriek. Om te leren schrijven in het eerste leerjaar, moet je nauwkeurig letters kunnen natekenen. Bij kinderen met autisme kan de ontwikkeling van de fijne motoriek heel wat vertraging oplopen. De fijne motoriek extra stimuleren vraagt bijzondere deskundigheid maar natuurlijk ook extra tijd en aandacht. Zowel medewerkers uit ondersteuningsteams als ouders vragen zich af hoe een leerkracht dit allemaal gaat combineren. Extra begeleiding organiseren in een groep van soms meer dan 25 leerlingen is ontzettend moeilijk. Het gevaar bestaat dat de fijne motoriek minder intens gestimuleerd zal worden en dat er pas weer persoonlijke begeleiding wordt opgestart als de leerling al een behoorlijke achterstand heeft opgelopen.

Budget mist doel

Voor de uitbouw van deze ondersteuning is 107 miljoen euro beschikbaar. Het bedrag van vorig jaar is zelfs met 15 miljoen verhoogd. Maar 70 procent van het budget wordt verdeeld onder de onderwijsnetten op basis van hun totaal aantal leerlingen. Slechts 30 procent op basis van het aantal leerlingen die nood aan hebben aan extra begeleiding. Het vrij katholiek onderwijs vangt in verhouding veel minder leerlingen met bijzondere onderwijsbehoeften op dan het gesubsidieerd officieel onderwijs en het Gemeenschapsonderwijs. Maar door de 70-30-regel vloeit meer geld naar het vrij katholiek onderwijs. En natuurlijk kan dat geld goed gebruikt worden in eender welke school. Maar dit geld wordt nu dus onterecht uit de pot gehaald die dient voor kinderen met een beperking, stoornis of handicap.

Inclusie zonder zorg leidt tot meer ongelijkheid

Terug naar het voorbeeld van de fijne motoriek bij kinderen met autisme. Natuurlijk ga je als ouder er alles aan doen om te voorkomen dat je kind achterstand oploopt. Hoe doe je dit dan binnen het huidige ondersteuningsmodel? Je zoekt hulp buiten school bij een deskundige kinesist. Dit kan, maar het is duur en vergt langdurig extra inspanning naast al de andere zorg voor je ‘bijzonder kind’. Gezinnen met voldoende tijd en geld hebben toegang tot ondersteuning wanneer ons onderwijs tekort schiet, andere gezinnen hebben die keuze niet.

Verschillende scholen verwachten dat de extra ondersteuning in de toekomst afgebouwd kan worden met de uitleg dat de gewone scholen dan de nodige deskundigheid verworven hebben. Een onderwijs waar leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften niet in aparte school of in een apart lokaal hoeven te zitten is een mooie droom. Maar het is een droom die haaks staat op de besparingslogica van deze regering. Deze droom verwezenlijken vereist niet minder maar meer omkadering. Leerkrachten in het gewoon onderwijs hebben een echte co-teacher nodig, niet enkel wat goede raad. De bijzondere zorg voor de kinderen van kiné en logo dient voor ieder kind dat het nodig heeft, aanwezig te zijn.