Kiest Genk volgend jaar wél voor armoedebestrijding?

De kinderarmoede in Genk rijst de pan uit. Nochtans is armoedebestrijding voor de gemeente geen prioriteit. Het stadsbestuur voert een cadeaubeleid voor grote, winstgevende bedrijven terwijl de Genkenaren hun facturen zien stijgen.

Michelle Heijens & Harrie Dewitte

Genk is Limburgs koploper als het gaat om armoede. Maar liefst 27 procent van de Genkse kinderen groeit op in een kansarm gezin. Dat is vijf keer meer dan vijftien jaar geleden. Op de voorlaatste dag van het jaar trekt armoedeorganisatie Sint-Vincentius nog eens aan de alarmbel. Meer dan duizend minderjarigen deden het afgelopen jaar beroep op de organisatie. Dat is een stijging met 37 procent op één jaar tijd.

Deze kinderen en jongeren kregen niet alleen voedselbonnen of luiers maar ook schoolgerief. Scholen kaarten dit probleem al langer aan. Steeds meer kinderen komen naar school met een lege boterhammendoos. Hoe kan je leren met een lege maag? Het is niet te verwonderen dat kinderen in Genk zo’n grote schoolachterstand oplopen.

Grote bedrijven passeren langs de kassa

Genks PVDA-gemeenteraadslid Harrie Dewitte pleitte in de gemeenteraad van december voor andere budgettaire keuzes. Vorig jaar keerde de stad vijf miljoen euro cadeaus uit. Niet aan de noodlijdende gezinnen van Genk. Wel aan winstgevende bedrijven die het al goed hebben. Het grootste deel van dat bedrag gaat naar het Ziekenhuis Oost Limburg (ZOL). Het ziekenhuis maakte vorig jaar bijna 1,5 miljoen euro winst. En ook Essers mag nog eens langs de kassa passeren. Op die manier heeft Vader Essers genoeg centjes om nog eens deel te nemen aan de rally in Dakar.

Het stadsbestuur spreekt over subsidies voor nieuwe tewerkstelling. Maar tachtig procent van dat budget wordt gebruikt voor transfers van werknemers van het ene bedrijf naar het andere. Gelukkig zijn er ook een klein aantal “middenstanders” en kleine ondernemingen die door deze maatregel toch iemand extra hebben aangenomen.

Genkenaren betalen de rekening

Wie is het slachtoffer van deze beleidskeuzes van onze gemeente? De Genkenaren. Ons stadsbestuur organiseert mee de armoede. Jaar na jaar betalen we meer voor ons huisvuil en de zakken worden steeds kleiner. Voorheen kreeg elke bewoner drie gratis rollen, of 660 liter. Sinds dit jaar krijgen alleenstaanden nog maar 440 liter per persoon. In verhouding werden vuilniszakken voor hen dus dertig procent duurder.

Ook de water- en elektriciteitsfactuur stijgen. Hoewel we minder water verbruiken, betalen we meer. Sinds 2016 betalen we allemaal, ongeacht het inkomen, eenzelfde vast bedrag voor waterafvoer en riolering. Vooral de lagere inkomens zijn weer de dupe.

Sinds maart van dit jaar betalen we ook allemaal een Turteltaks. Wie lijdt daar het meest onder? De gezinnen in sociale woningen die elektrisch verwarmen. En aan wie hebben we de Turteltaks te danken? Niet aan de inwoners van Genk die enkele zonnepanelen op hun dak hebben liggen. Wel aan de bezitters van grote zonnepanelenparken. Essers. IKEA. Bruno. Zij krijgen jaarlijks miljoenen subsidies, wij een dikke Turteltaks.

Zowat elke factuur is nu een belastingbrief geworden. Terwijl de grote bedrijven tussen 2014 en 2017 acht miljoen euro minder betalen, betaalt de Genkenaar steeds meer. Gevolg: de armoede blijft stijgen.

De PVDA pleit voor andere keuzes. Op nationaal niveau willen wij, net als zoveel Belgen, een miljonairstaks. Maar ook op lokaal niveau kan het anders. Geen gemeentelijke subsidies aan werkgevers die al miljoenen euro’s winst maken. Wel geld voor actieve armoedebestrijding en investeringen in het onderwijs. Dat zijn keuzes die tegemoetkomen aan de noden van de Genkenaren.