Het basisondersteuningsbudget is voor velen nog ontoereikend

Sinds september ontvangen 6.200 Vlamingen met een beperking een basisondersteuningsbudget (BOB) van de Vlaamse overheid. “Voor Eugene Janssen en Lieve Geyens maakt dit budget een wereld van verschil”, zegt Minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V). Michelle Heijens, zorgdeskundige van de PVDA, nuanceert: “Niet alle ontvangers van het basisondersteuningsbudget zijn even tevreden als Eugene en Lieve. Voor velen is de hulp zelfs totaal ontoereikend”.

Minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) wil voor personen met een beperking evolueren naar meer vraaggestuurde zorg. Hij installeert daarvoor de zogenaamde persoonsvolgende financiering. Die bestaat uit twee trappen: een ‘basisondersteuningsbudget’ voor mensen met een lichte zorgvraag en een ‘persoonsvolgend budget’ voor mensen met een zware zorgvraag.

Het ‘basisondersteuningsbudget’ bedraagt voor iedereen 300 euro per maand. “Een regeling waar veel kritiek op bestaat in de sector”, aldus Michelle Heijens, zorgdeskundige en medewerker bij de PVDA. “Het gaat hier over een forfaitair bedrag en dus helemaal geen zorg op maat.”

De 6.200 ontvangers van het basisondersteuningsbudget stonden allemaal sinds 1 januari 2015 op een wachtlijst, voor allerlei soorten zorg (licht en zwaar). De meeste mensen hebben nooit gevraagd naar een basisondersteuningsbudget. Na twee jaar wachten ontvangen zij nu 300 euro per maand. Met 300 euro kan je maximum vier uur ondersteuning per week betalen. Voor enkelen volstaat dat bedrag, voor sommigen is het te hoog, voor velen is het te laag.

“Ik zie regelmatig ouders van een kind met een beperking die meer hulp nodig hebben”, zegt Heijens. “Maar omdat zij zelf voor hun kind zorgen, komen ze niet in aanmerking voor het ‘persoonsvolgend budget’, de tweede trap uit het zorgplan van Vandeurzen. Dat budget is immers voorbehouden voor personen met de zwaarste zorgvraag én een beperkt netwerk van mensen rondom hen, die de zorg kunnen opnemen.”

De Vlaamse regering verschuift een deel van de zorglast van de gemeenschap naar de families. De wachtlijsten van zwaar zorgbehoevenden blijven even lang. De persoonsvolgende budgetten die worden toegekend zijn bovendien vaak te laag. Vele familieleden namen in het verleden hun kind in het weekend mee naar huis. Daarom krijgen zij nu slechts een budget voor vijf dagen. Vroeger was dit een keuze, vanaf januari voor velen niet meer. Maar die familieleden worden vroeg of laat oud. De hulp die zij bieden kan niet altijd geboden worden tot het einde der dagen.

De manier waarop we onze zorg organiseren is een politieke keuze. Financiering vanuit de noden van de zorgbehoevenden of vanuit de beschikbare budgetten? ‘Zorg op maat’ of ‘red uzelf’? De Vlaamse regering kiest in wezen voor de laatste optie. “Willen we echt zorg op maat, dan moeten de budgetten omhoog”, alsnog Heijens. “In de septemberverklaring van vorig jaar zei minister-president Geert Bourgeois dat de welvaart in Vlaanderen de laatste tien jaar met 40 procent is gestegen. Waarom stijgt het zorgbudget dan niet evenredig mee?”